Het is 2037. Drie mensen botsen, zoeken, raken elkaar kwijt en vinden elkaar terug. Langzaam ontdekken ze dat ze alleen samen iets in beweging kunnen brengen.
Marthe is een politica op hoog niveau die werkt aan de institutionele hervormingen die onze samenleving nodig heeft. Dag na dag strijdt ze tegen de frustrerend rigide structuren die de gevaarlijke status quo in stand houden. Banken, regeringen, supranationale organisaties die even traag en voorspelbaar willen bewegen als een gletsjer, terwijl de echte gletsjers verdwijnen. Zij gaat volledig op in haar werk, maar voor wie vecht ze zo hard? Gelooft ze zelf in de toekomst? Waarom heeft ze haar kinderwens dan stilletjes laten varen?
Priya is een activist. Overdag is ze een airco-installateur en bij nacht is zij klaar om actie te ondernemen. Al dat trage hervormen vindt zij totaal onvoldoende. De vliegtuigen moeten nu stoppen met vliegen, de cruiseschepen moeten nu stoppen met varen en infrastructuur van de fossiele brandstofindustrie moet nu geblokkeerd worden. Maar hoe ver kan ze gaan in haar activisme? Wanneer bouw je druk op en wanneer breek je meer af dan je wint? En hoe werk je samen met iemand als Marthe, die gelooft in hervormen van binnenuit?
Joppe is jong. Hij heeft gezien wat een klimaatramp kan aanrichten en hij wil iets doen, iets betekenen, misschien zelfs de wereld redden. Maar niemand heeft hem ooit uitgelegd hoe dat moet. Wat betekent dat eigenlijk, “helpen”? Is er plaats voor een held die alles oplost, of vraagt verandering iets anders? Hij ziet mensen die na een overstroming met kleine bootjes uitvaren, die opvang organiseren, die maaltijden koken voor wie alles kwijt is. Hoe klein of groot moet een bijdrage zijn om ertoe te doen?